Spits Frans Steur, oprechte amateur

Door Ton van Wieringen (uit 2001)

Gouwenaar Frans Steur legde verscheidene aanbiedingen van profclubs naast zich neer. Gemiddeld achttien doelpunten per seizoen maakte hij voor Olympia, Zwart-Wit’28 en Neptunus. De midvoor die zo vaak als tenger en frèle werd omschreven, maar zo graag atletisch genoemd wilde worden, promoveerde met Olympia naar de eerste klasse, destijds Neerlands hoogste amateurklasse.

Frans Steur in actie als spits van Zwart Wit ’28 tegen Huizen

Bij het Rotterdamse Zwart-Wit’28  (inmiddels in 2004 opgeheven) werd Steur tweemaal nationaal kampioen bij de zaterdagamateurs en één keer algeheel Nederlands amateurkampioen. Ook bij het Rotterdamse Neptunus deelde Steur in de kampioensvreugde richting hoofdklasse. De nu (in 2001) 54-jarige directeur van een basisschool was niet over te halen om de overstap te maken naar het betaalde voetbal. FC Utrecht, FC Luik en Heracles hengelden serieus naar de diensten van de beweeglijke, productieve spits, die altijd wilde winnen. Het aantal scouts dat zijn wedstrijden bijwoonde, was legio. Maar ‘meester Frans’ hield voet bij stuk. ,,Ik wilde het dubbele van mijn onderwijssalaris ontvangen, dan hoefde mijn vrouw niet meer voor de klas te staan. De door mij gewenste aanbieding kwam echter niet. Het stond me bovendien tegen me volledig met voetbal te moeten bezighouden. Het onderwijs beviel me prima”. ,,Achteraf heb ik geen spijt van die duidelijke stellingname”, erkent de van een zware ziekte herstelde Steur nu. ,,Betaald voetbal was voor mij geen noodzaak. In de hoogste amateurklassen kon ik uitstekend mijn ei kwijt. Betaald hebben ze me nooit”.

Op de vraag wat hij in het betaalde voetbal had kunnen bereiken, vergelijkt Frans Steur zich met een andere Goudse doelpuntenmaker, de in 1997 overleden Dick van Dijk. ,,Maar ik denk niet dat ik hem had kunnen benaderen”. Op de zonnige tweede pinksterdag in 1966 maakte Steur de legendarische, door zesduizend toeschouwers bezochte wedstrijd Olympia-Alphen mee, met als inzet de titel en promotie naar de tweede klasse. Een gelijkspel was voor Olympia genoeg. Een dag later schreef de Goudsche Courant: ‘Verbeten strijd in Gouda. Spannender, sensationeler, dramatischer kon niet. Duizenden zullen het nooit vergeten’. Met de robuuste ex-Spartaan Hans de Koning in de gelederen, had Olympia na een kwartier reeds een voorsprong van 2-0. Ondanks een gebroken sleutelbeen scoorde Frans Steur de tweede treffer. Het scoreverloop na rust: 2-1, 2-2, 2-3, 3-3, 3-4. Het toen 80-jarige Olympia liep het felbegeerde verjaarscadeau mis, maar stootte in 1967 en 1968 meteen door naar de tweede en eerste klasse. Voor deze titels tekenden onder meer Martin de Jager, Cas Reebeen, Jan Baaiman en Ted Langerak.

Natuurliefhebber Steur stopte met voetballen toen hij in Hoogvliet aan het werk ging. Trainer Wim van der Gijp, die mede debet was aan het Olympiasucces, had bij Zwart-Wit’28 behoefte aan een spits en haalde Steur over de zaterdagtopper te versterken. Samen met onder anderen Ferry ter Mors, Ger Reitsma en de gebroeders Wander beleefde de goaltjesdief vele hoogtepunten. Het naar de tweede klasse gepromoveerde Jodan Boys bracht landskampioen Zwart-Wit’28 in mei 1971 evenwel aan de rand van de afgrond tijdens de kwartfinale om de beker. Toen absolute uitblinker Cees Brem tien minuten voor het einde doodop het veld verliet, deed de gemotiveerde killer het Goudse publiek versteld staan: 3-4. ,,In Gouda wilde ik absoluut niet afgaan en vocht me in de slotfase kapot voor de winst”, herinnert Steur zich.

Kampioen Zwart-Wit ’28 met rechts onder Frans Steur en links staand trainer Wim van der Gijp

‘De naalddunne frontsoldaat met de apostelbaard’, zoals een Rotterdamse krant hem omschreef, kwam uit voor verschillende vertegenwoordigende elftallen. Als negentienjarige maakte hij in 1966 deel uit van een zeer sterk Gouds elftal met Cees Brem, Piet de Jong, Gerard Lingen en Fred de Gruijl. Thijs Libregts haalde hem in zijn Kweekschooltijd naar het Nederlands Studenten Elftal. Voor het Nederlands Amateurelftal speelde de attractieve aanvaller tegen Oost-Duitsland en Rusland, terwijl hij in Iran een toernooi afwerkte. Met Ab Gritter naast zich in de voorhoede slaagden Steur en de rest van Oranje er niet in de Olympische Spelen van München in 1972 te bereiken.

Seizoen 1975-1976 bij Zwart-Wit ’28 alvorens Frans Steur (2e op de eeuwige topscorerslijst met 89 doelpunten) naar Neptunus vertrok

Goudsche Courant 11 april 2001
– Uit de serie Goudsch van Oud –

 

Lees hier meer over Frans Steur

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.