Gouds tafeltennis in vogelvlucht

tafeltennis

Hoofdstuk 1: de beginjaren van het Goudse tafeltennis (1949 – 1956)

Hoofdstuk 2: de afdeling Gouda van 1956 – 2003

 

bron tekst: Hans Sanders

1.1 Ontstaan van het tafeltennis
Iets wat op tafeltennis leek was al vele honderden jaren bekend, maar het spel kreeg duidelijker vorm sinds het eind van de negentiende eeuw, als een soort miniatuur tennis met een rubberen balletje. Toen ingenieur James Gibb het celluloid balletje introduceerde kreeg deze sport het huidige karakter. Rond 1900 vond het onder de naam gossima of pingpong brede ingang en werd een rage onder de financieel draagkrachtigen.

In de door gaslicht beschenen salons van de Londense welgestelden hoorde men veelvuldig het ping pong, waar zich dan in keurig avondkostuums geklede gentlemen en waardige ladies zich met hartstocht aan overgaven. In hun welverzorgde handen hadden zij kleine ovaalvormige rackets die bespannen waren met perkament. Het was in die tijd een echt gezelligheidsspel, waarbij de spelers elkaar niet probeerden te passeren, maar het juist de kunst was de bal zo lang mogelijk op tafel te houden. Een smash gold als onsportief. Al snel werden de perkamenten batjes vervangen door houten, bekleed met schuurpapier of kurk en later met rubber. Uiteraard veranderde daarmee ook de sport van karakter, want de snelheid nam toe, het werd daardoor meer een sport en een sportman wil winnen. De eerste nationale bond was die van Engeland in 1926 en nog datzelfde jaar kwamen in Berlijn een aantal landen overeen om een wereldbond op te richten, de I.T.T.F. (Internationale TafelTennis Federatie), waarbij nu ruim 100 landen aangesloten zijn. De eerste landen bij de oprichting waren Engeland, Duitsland, Oostenrijk en Hongarije en de bond maakte vanaf het begin geen onderscheid tussen amateurs en professionals, zeer opmerkelijk voor die tijd.

1.2. Tafeltennis in Nederland
In Nederland ligt de bakermat van het tafeltennis in Amsterdam. Samen met de bonden van ´t Gooi en Rotterdam werd in 1935 de N.T.T.B. (Nederlandse TafelTennis Bond) opgericht. Vanaf 1937 was vele decennia de legendarische Cor de Buy (zie bijgaande foto uit een Blue Band sportboek) de beste speler, die met Will van Zoelen in 1953 op het WK in Boekarest de laatste acht haalde. Een jong talent in die tijd was Bert Onnes.

1.3. Ontstaan van verenigingen in het Goudse en de GTTB
In het Goudse werden de eerste echte tafeltennisclubs in 1949 opgericht en wel de nog steeds bestaande verenigingen Kwiek uit Waddinxveen en Vriendenschaar uit Gouda. In 1953 volgden de ttv Gouda (ontstaan uit leden van de watersportvereniging Elfhoeven; sinds een aantal jaren nu samen met ISV geworden tot ISV-Gouda) en DONK (nu Flamingo’s). Er bestond toen nog geen afdeling Gouda, maar er was wel een “wilde”bond, de GTTB. Mr. N. van den Berg van de Goudse Verzekeringsmaatschappij was hiervan de grote animator. De deelnemende verenigingen waren in meerderheid ontspanningsverenigingen van bedrijven, voetbalclubs en jeugdverenigingen, zoals de aardewerkfabrieken Zuid Holland en Goedewagen. Verder waren er bedrijfsteams van machinefabriek GMF, HAKA, zuivelfabriek De Coöperatie , Kitno, Ons Ideaal, Topper, Vonk & Vlam (het energiebedrijf), K.B.O. en Burgvliet. En jeugdclubs als De Mussen en Jongensstad. Als zelfstandige tafeltennisverenigingen deden mee Vriendenschaar, Kwiek, Gouda en DONK.

Hoewel de GTTB behoorlijk functioneerde en de wedstrijdleider een vergoeding ontving, er contributie betaald werd en de uitslagen in de krant kwamen, was er één groot manco, men kon niet uit de sterkste poule (er bestonden poules A t/m G) promoveren naar een hogere klasse en zo het spelpeil verbeteren. In 1951 werd daarom het voorstel gelanceerd om aansluiting te zoeken bij de NTTB, maar dat voorstel werd toen nog verworpen. Verenigingen die hoger wilden spelen werden daarmee gedwongen elders aansluiting te zoeken en wel bij de afdeling Den Haag van de NTTB. Dat deden Vriendenschaar, Huize Elfhoeven, Gouda ‘ 53, Sportief ‘51 en ATTC. Voor deze verenigingen ontstond er wel een probleem met het hoofdbestuur van de NTTB, omdat volgens de reglementen voor spelers die deelnamen aan een competitie van de NTTB bondscontributie betaald moest worden. Dat zou betekenen dat deze spelers en verenigingen dubbel contributie moesten gaan betalen; aan de GTTB én aan de NTTB. Na veel onderhandelen kreeg men tijdelijk dispensatie van het hoofdbestuur.

1.4. Oprichting afdeling Gouda en aansluiting bij de NTTB
De zelfstandige tafeltennisverenigingen die ook teams hadden in de afdeling Den Haag, werden steeds sterker door de grotere tegenstand en omdat veel spelers van bedrijfsverenigingen naar hen overstapten. Gevolg was dat ook andere verenigingen in NTTB-verband wilden gaan spelen. Hierdoor ontstonden er grote spanningen in het Goudse tafeltenniswereldje. Een deel van de verenigingen, onder leiding van Mr. N. van den Berg, was tegenstander van aansluiting en een deel onder leiding van Jo Boer, Jan Mimpen en Jo Okkerse was voor. Hierover is veel gesproken en vergaderd. Uiteindelijk werd er op 21 juni 1956 een vergadering belegd in het clubgebouw van Assurantia. Voor aansluiting bij de NTTB waren DONK, SOA (Snelheid overwint Alles uit Haastrecht), Kwiek, Goedewagen, Gouda, TOP, Sportief, Vriendenclub, Gouderak, Jongensstad, Match en De Mussen, samen goed voor 43 stemmen. Twijfelaars waren GMF, Kahama, De Producent en Flora, samen goed voor 12 stemmen. Tegenstanders waren Assurantia, KBO, SKG en Vonk en Vlam, goed voor 10 stemmen. En natuurlijk waren de al in de afdeling Den Haag spelende verenigingen er voor, samen goed voor 15 stemmen. Een flinke meerderheid was dus voor aansluiting bij de NTTB. Toch eisten de tegenstanders dat er op de oude voet zou worden doorgegaan. Het was daarom noodzakelijk een commissie op te richten die de mogelijkheden moest onderzoeken tot aansluiting bij de NTTB.

Die commissie bestaande uit Jan Mimpen, Rien Lammers, Wim Verheul, Coen Leeflang, Piet Schouten en Jo Okkere ging op verzoek van Jo Boer van Vriendenschaar op 20 juli 1956 bij hem thuis met het hoofdbestuur van de NTTB om de tafel zitten. Op 6 augustus volgde er weer een vergadering, nu ten huize van Piet Schouten, waarin de voorbereidende werkzaamheden werden besproken, de kandidaatstelling van de bestuursleden van de op te richten afdeling en de circulaire naar de verenigingen. Dat de commissie daarmee in feite haar mandaat overschrijdt kunnen de tegenstanders dan niet meer verhinderen.

Op 23 augustus 1956 wordt in café ’t Schaakbord, waar menig vereniging vergaderde, feestvierde of het licht zag, de afdeling Gouda opgericht. Van het hoofdbestuur van de NTTB zijn aanwezig de voorzitter C. Deelder, secretaris G. Gubbi en penningmeester J. Schouwerwou. Speciale gast is de heer Harks van de afdeling Den Haag. Hiermee werd de afdeling Gouda een feit. Van de tegenstanders kwamen alleen Vonk & Vlam en KBO niet meer voor de nieuwe afdeling Gouda uit. De eerste voorzitter werd M. Okkerse die een jaar later opgevolgd werd door Rien Lammers van ttv Gouda, die dat 15 jaar zou blijven.

In 1956 was het dus eindelijk zover en kon de afdeling Gouda van de NTTB van start gaan met 18 verenigingen. Dat waren Flora, GMF, Goedewagen, Gouderak, Huize Elfhoeven, Jongensstad, Kahama, Match (Stolwijk), S.K.G., S.O.A. (Haastrecht), Sportief ’51 (Bodegraven), De Producent, De Mussen, D.O.N.K. (nu Flamingo’s), Gouda, Kwiek en Vriendenschaar. Daar zijn er nu nog maar vier van over. De eerste competitie startte op 15 oktober 1956 en er deden 72 teams mee. Een jeugdafdeling was er nog niet. Er werd gestart met een eerste klas poule, één tweede, twee derde klassen en drie vierde. En er kon eindelijk gepromoveerd worden naar het landelijke niveau, de overgangs- en hoofdklasse. Het Goudse tafeltennis was de kinderschoenen eindelijk ontgroeid.

Hoofdstuk 2: de afdeling Gouda van de NTTB (1956 – 2003)

2.1 Inleiding

De afdeling Gouda van de Nederlandse Tafeltennisbond eindigde als kleinste onderbond van Nederland voor het opging in het district West in 2003. Net als bij de afdeling Gouda van de voetbalbond (KNVB ) verzorgde het de competities voor de lager spelende teams. Daarboven speelden sterkere teams in de landelijke competities. Ook de gebieden die de voetbal/ en tafeltennisbonden bestreken waren ongeveer hetzelfde. Het was de bedoeling door de regionale indeling de reistijden te beperken, temeer daar de lagere teams veelal door de weeks in de avond speelden. De afdeling Gouda startte in 1957 met 292 leden, aanvankelijk nog zonder jeugd en tot 1969 kwam het niet boven de 400 uit. Daarna begon het aantal gestaag te stijgen en het ledental kwam in 1980 voor het eerst boven de 1000 uit. Hoger dat een kleine 1200 spelers is de afdelng Gouda nooit gekomen en de aantallen daalden na 1992 geleidelijk tot weer onder de 1000 en dat is tot het einde van de Afdeling zo gebleven.

 

In 1999 werd door de bondsraad van de NTTB besloten te komen tot vier grote afdelingen  en het heeft daarna nog vier jaar geduurd eer de afdeling Gouda als laatste overstag ging en onderdeel werd van de afdeling West, tezamen met de afdelingen Dordrecht, Rotterdam en Den Haag. Het afdelingsbestuur bleef nog enige tijd aan als regiocommissie Gouda, maar omdat daaraan steeds minder behoefte bleek heeft deze commissie zichzelf uiteindelijk opgeheven. Wel bleef er een aparte competitieleider actief voor de lagere senioren competities in de regio Gouda, maar het aantal teams dat hij heeft te bedienen wordt jaarlijks kleiner.

 

2.2. Bestuurlijke geschiedenis van de Afdeling Gouda

Bronnen:
Bat & Bal; jubileumspecial 40 jaar bestaan afdeling Gouda, 1996 (teksten Peter Ernst)
– Jubileumuitgave Letbal van de ttv Gouda 40 jaar, 1993 (teksten Hans Sanders)
– Blue Band Sportboek nr. 8; Tafeltennis door Frans Henrichs; jaartal omstreeks 1955
– Archief H. Sanders

Cor de Buy

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.