Het Nederlands amateurelftal

V&AV Gouda en het Nederlands Amateurelftal
Over de periode 1956 tot november 2006 heeft het Nederlands amateurelftal bestaan en 189 officiële wedstrijden gespeeld. Na de invoering van het profvoetbal in Nederland was er behoefte aan een amateurelftal, bijvoorbeeld om deel te kunnen nemen aan de (voorronden van) de Olympische spelen. In die tijd moest je nog echt amateur zijn om aan de Spelen mee te kunnen doen, al verdienden de staatsamateurs uit de communistische landen die kwalificatie niet echt. Omdat die amateurstatus voor de Spelen al geruime tijd niet meer nodig is, had het in stand houden van een nationaal amateurelftal eigenlijk geen zin meer en werd er besloten er na vijftig jaar een punt achter te
zetten.

Ter gelegenheid daarvan verscheen in 2007 bij de Stichting Amateurvoetbal Totaal het boek “Amateurs in Oranje” (ISBN-9789080994218).
Een compact boek, waarin toch alle van belang zijnde feiten en feitjes zijn vastgelegd en waarin daarnaast vele interessante interviews zijn opgenomen. Kortom een lustoord voor de ware voetballiefhebber met gevoel voor historie en een statistische kronkel. Het was mij dan ook een genoegen aan de hand van dit boek de rol van de SV Gouda in het Nederlands amateurelftal te onderzoeken. Goudse amateur internationals Uit het complete overzicht achterin het boek blijkt dat de SV Gouda drie internationals heeft geleverd. Daarmee is Gouda royaal koploper wat het Goudse betreft. Onder de vlag van De Jodan Boys speelde Graafland acht interlands, waarmee hij wel in zijn eentje het totaal van zeven van de spelers van de SV Gouda overtrof.
Verder speelde Arie Hersche namens ONA één interland. Gouwenaar Frans Steur (ooit Olympia) speelde in zijn Zwart Wit ‘ 28 tijd vijf keer mee.
Onze oud voorzitter Jan Kuiterink keepte onder zijn oorspronkelijke naam bij CVV twee wedstrijden en eveneens oud voorzitter en aanvoerder Bobby Westra speelde in zijn Ajaxtijd één interland.

Internationals SV Gouda
De drie Gouda internationals waren
Piet Frederiks (1 wedstrijd), Jan Kruitbosch (5) en Arie de Vries (1). Hun optreden in Oranje valt samen met de gloriejaren van ons dubbele landskampioenschap. Piet Frederiks speelde de negende interland en wel tegen Italië in Rome op 19 maart 1959, een vriendschappelijke wedstrijd die met 1-0 verloren ging. De volgende was Jan Kruitbosch die in wedstrijd 13 in de plaatsingsronde speelde voor de Olympische spelen van Rome in 1960.
De eerste wedstrijd was tegen Ierland in Den Haag (14 oktober 1959) en eindigde in 0-0. De tweede wedstrijd op 3 november 1959 was eveneens thuis en wel vriendschappelijk tegen Zwitserland in Enschede, die eveneens gelijk
eindigde (1-1). Zijn bekendste medespelers waren keeper Piet Lagarde (Emma), Thijs Libregts (Excelsior), Theo Burgers (DWV) en Frits van Ierland
(Willem II), later allen goede eredivisie spelers.
Verder was het de enige interland van Bram Peper (RCH). Volgens een bij een aan hem gewijd hoofdstuk geplaatste foto was dat toen een fanatieke spijker, terwijl het nu vooral een nogal vadsige, bedaagde heer is. Het kan verkeren en
hij is daarin niet bepaald uniek.
De volgende wedstrijd tegen Engeland ging het helemaal mis. In Zwolle, op 2 april 1960, werd het maar liefst 1-5.
De uitwedstrijd in Londen op 13 april 1960 leverde een goed resultaat op, 2-2 en Jan kwam die dag als invaller in het veld. Zijn laatste en vijfde interland op 20 april 1960 werd een doelpuntenfestijn in Dublin tegen Ierland met een 6-3 nederlaag als resultaat.
Het is duidelijk dat Nederland met twee punten uit vier en een laatste plaats in de poule niet naar de Olympische Spelen is gegaan. Jan werd daarna prof en het duurde tot 3 april 1961 eer de volgende interland gespeeld werd.

In Amiens tegen Frankrijk trad in een grotendeels vernieuwd elftal onze Arie de Vries (back en groenteboer) aan, evenals Arie Hersche van Ona. De vriendschappelijke interland ging met 3-1 verloren.Dat was de laatste van zeven interlands die “onze jongens” met niet al te veel succes gespeeld hebben.

Een speler die er daarna dichtbij zat was Fred de Gruijl die Cees Molenaar (KFC), een van de gebroeders Molenaar van AZ en Wastora, voor zich had en die pas op zijn 33ste zijn debuut maakte.
Voor Fred moest de KNVB een loondervingsvergoeding betalen, Cees kwam voor niets.
Het commentaar van zijn secondant in de verdediging, Daan Gonlag geeft wel te denken. “Eerlijk gezegd begreep ik niet goed wat hij in het elftal deed”…”En ik vond dat ik teveel werk voor hem moest opknappen”. Ook Jan Mulder plaatste bij de selectie van Molenaar een kanttekening: “Hij sponsorde het elftal of zo, al weet ik dat niet zeker. Maar hij kon wel voetballen hoor.”

Bron: V&AV Gouda, Hans Sanders

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.